Paul Sanders heeft er zin in. De deur van Café De Muis staat gastvrij open. Precies drie maanden na de gerechtelijke sluiting op 24 mei is het café op 24 augustus heropend.

Wat hij in die drie maanden heeft gedaan, vraag ik.
‘Nou’, zegt ie, ‘niks’. ‘We hadden in acht jaar geen vakantie gehad. We hebben uitgerust in een chaletje op een camping. Even weg van de snelweg. Ja even rust van de emoties’. ‘Maar’, geeft ie toe, ‘het duurde wel lang. Ook al omdat je zoveel kosten moet opbrengen.
En dan nog, je gelooft het gewoon niet, is er ingebroken in het café. De zaaldeur vernield, geluidsinstallatie, boxen en koffieapparaat gestolen. Dat was een extra financiële klap’.
Op het moment dat Paul mij dat vertelt, merkt hij dat er ook een pijpenrekje met ouderwetse pijpen is verdwenen. Hij ziet het nu pas. Het gaat hem aan het hart.
‘Nou ja, je kunt er niks mee’, vindt hij en zet een kopje koffie voor ons neer.

We praten over wandelaars die voorbij komen. Het zijn er nogal wat, volgens Paul. Ze zijn herkenbaar aan hun telefoontjes en ze maken steevast een foto.
En nu kunnen ze gelukkig weer terecht voor een drankje en een praatje. Want praatjes zijn belangrijk in Café De Muis. Met een stamgast die zijn pilsje bestelt. Met een onbekende aanloper die over zijn hond vertelt en blij is met deze nieuwe pleisterplaats.
Je kunt je er helemaal in onderdompelen.

Als we weggaan, zie ik hoe fraai het café in zijn omgeving past. De wei tegenover is diepgroen; vier koeien liggen er vredig te suffen; de bosrand sluit de wei af van de wereld verder weg.
Vader Van der Heijden heeft zijn zoon een mooi plekje nagelaten, voor literaire mijmering, voor literaire herinnering. Hij heeft denkelijk niet kunnen bevroeden dat mensen zijn stamkroeg zouden bezoeken uit bewondering voor het werk van zijn zoon.

Hoe dat ook zij, iedere Van der Heijden wandelaar is weer van harte welkom in het Heijdensiaanse Café De Muis.

Pin It on Pinterest

Share This